Respect

In de laatste augustusweek bivakkeerde ik samen met Rineke aan de oever van de Rijn in Oosterbeek. De stuwwal van de Veluwe, zo’n beetje 150.000 jaar geleden ontstaan, dwong de Rijn naar het westen af te buigen. De IJssel kon er als kleinere stroom oostwaarts nog omheen. Het is een gevarieerde en boeiende omgeving. De dijk van de Betuwe volgt de gang van de rivier. Op kleinere schaal herken je dat wegen en paden de uitgesleten beekdalen of de hoogtelijnen volgen. Menselijke ontwikkelingen, beschaving, volgen haast als vanzelf de vormen van het landschap, waarbij het een en ander wel gefixeerd wordt. Kribben houden de stroom van de rivier de Rijn in toom. Het gegeven dat de bewoners de mogelijkheden die het landschap biedt volgen, maakt het gebied waardevol. Het levert afwisseling op, diversiteit. En gelukkig zie je dat nog steeds aan de rand van de Veluwe.

Respect voor het landschap

Posted by Climate Stewards NL on Tuesday, 11 September 2018

Hoewel, grote infrastructurele werken zijn ook hier aanwezig. De spoorlijn Ede – Arnhem – Nijmegen, de A50 en de stuw bij Driel. De A50 moest eind ‘jaren 60 door de stuwwal bij Wolfheze heen gegraven worden. Lokale wegen werden omgelegd, natuurgebieden werden gesplitst. Toch valt me iets op. Vanaf de Betuwe kijkend naar het noorden zie je geen bebouwing uitkomen boven de toppen van de bomen, eeuwenoude bossen. Dat noem ik respect voor geografie, respect voor historie, respect voor het landschap, respect voor natuur. In gesprekken vanuit mijn rol als coördinator Climate Stewards Nederland hoor ik wel eens de tegenwerping dat het aanplanten van bomen niet zo duurzaam zou zijn. Met de groei verwerkt een boom het CO₂ tot hout en zuurstof. Aan het einde van de levenscyclus verwordt een boom weer tot CO₂ en gebruikt zuurstof, hetzij door verrotting, hetzij door verbranding. Dat is waar, echter boomaanplant is wel een duurzame actie:

1. het rottingsproces gaat nagenoeg net zo langzaam als het groeiproces;

2. de verwerking van CO₂ door een boom is vaak voor eeuwen; het buffert het huidige teveel aan CO₂-uitstoot;

3. bomen hebben grote positieve klimaateffecten als het gaat om koeling en biodiversiteit;

4. het aantal bomen op de aarde neemt door ontbossing nog steeds af;

5. en hout is geen brandstof, wel grondstof.

Daarom blijft Climate Stewards aanplanten van bomen stimuleren en sponsoren. Daarnaast sponsort Climate Stewards projecten in Kenia met biosandfilters (drinkwater wordt gefilterd i.p.v. gekookt) en efficiënte houtovens in Uganda (minder hout nodig om te koken). Alle drie de projecten dragen bij aan het tegengaan van opwarming van de aarde, vooral in die gebieden waar mensen er het meest onder te lijden hebben. Respecteer de aarde en compenseer je CO₂-uitstoot!

Bert van der Woerd

 Facebooktwitter

33 kledingstukken

3 maanden lang jezelf kleden met maximaal 33 kledingstukken, inclusief schoenen, jassen, tassen en accessoires. Zou ik dat kunnen? En zou het wel mogelijk zijn in Nederland met het (normaal gesproken) veranderlijke weer? Op zich kan mijn kledingkast wel een opruimbeurt gebruiken. Daarom ging ik begin juni de uitdaging aan.

Courtney Carvar bedacht Project 333 in 2008. Ze daagde zichzelf uit 3 maanden lang maar 33 kledingstukken te dragen. Uitgezonderd zijn trouwring, ondergoed, sokken, pyjama’s en sportkleding. Het is haar goed bevallen, want na tien jaar kiest ze nog steeds 33 kledingstukken per seizoen uit.

Een Nederlander heeft gemiddeld 173 kledingstukken in de kledingkast hangen en koopt er elk jaar 46 nieuwe bij. Een deel van de nieuwe kleding wordt nooit gedragen. De huidige ‘fast fashion’ heeft een enorme impact op mens én milieu.

Oké, maar hoe begin je met het rigoureus opruimen van je kledingkast? Ik heb het stappenplan van Courtney gevolgd.
1. Haal al je kleding uit de kast en sorteer het in 4 stapels: bewaren, twijfel, doneren, afval (vb met verfvlekken).
2. Gooi de kledingstukken waar vet- of verfvlekken op zitten bij restafval (niet in de kledingbak!)
3. Doneer kleding aan de kringloopwinkel, of stop (ook kapotte) kleding in een kledingbak.
4. Vraag je bij de twijfel-kleding af of je het nu nog een keer zou kopen als je het in de winkel zag en of je het de komende 3-6 maanden zou gaan dragen. Nee? Dan kun je het doneren. Ja? Leg het bij je bewaar-kleding.
5. Kies nu 33 kledingstukken uit die je de komende 3 maanden gaat dragen. Vergeet niet schoenen, jassen, tassen en accessoires mee te tellen!

Ik ben nu al in de laatste maand van de uitdaging en het valt me alles mee. Het is heerlijk om een opgeruimde (bijna lege) kledingkast te hebben. De beperkte keuze aan kleding maakt het uitkiezen ’s ochtends een stuk makkelijker. Het is allemaal leuke kleding! Ik heb één keer iets omgeruild, vanwege het aanhoudende warme weer, maar verder lukt het me goed om het bij de 33 items te houden.

Denk je dat jij het zou kunnen? Durf jij de uitdaging aan te gaan? Het volgende seizoen komt er aan en ik ga door. Doe met me mee!

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

Vakantie: tijd voor verandering

Mensen zijn gewoontedieren. En dat is maar goed ook, want als je over alle kleine keuzes die je de hele dag maakt bewust moet nadenken, wordt het leven erg vermoeiend. Dat merk je bijvoorbeeld bij een (internationale) verhuizing. Dan kom je in een hele andere context terecht, waar niets meer vanzelfsprekend is. Alle keuzes die je eerder ‘vanzelf’ maakte, moeten dan weer opnieuw bekeken en overwogen worden. Van waar je naar de kerk gaat tot waar je je brood haalt. Tot je al die nieuwe gewoontes weer hebt opgebouwd, is dat een proces dat veel energie en tijd kost.

Maar het doorbreken van gewoontes of ergens een nieuwe start maken heeft ook voordelen. Het geeft je de kans om keuzes te maken die beter passen bij hoe je je leven wil inrichten – een leven met minder impact op het klimaat en de natuur bijvoorbeeld.

Die kans kregen wij toen we een half jaar geleden terugkwamen naar Nederland, na 12 jaar buitenland. We hebben ervoor gekozen om dicht bij werk en school te wonen, zodat we voor het dagelijks vervoer geen auto nodig hebben – we doen alles op de fiets, met het openbaar vervoer of maken gebruik van deelauto’s. Ook eten we zoveel mogelijk vegetarisch of plantaardig, en halen we elke week trouw een pakket lokale biologische groenten op bij Lekkernassûh. Verre vliegreizen zitten er voorlopig ook niet in; dat hebben we de afgelopen 12 jaar wel genoeg gedaan. Natuurlijk zijn er nog heel veel dingen die beter zouden kunnen. Minder plastic afval zou mooi zijn, en die zonnepanelen op het dak – die moeten er nog komen.

Natuurlijk hoef je niet te verhuizen of andere ingrijpende dingen te doen voordat je dingen kunt veranderen. Een vakantie is daar ook heel geschikt voor.

Pak er op de camping eens pen en papier bij en schrijf op welke stappen je zou willen nemen richting een meer ‘klimaatbewust’ leven. Verander daarbij niet alles tegelijk, maar stel jezelf of je gezin één of twee haalbare doelen, zoals: minder of helemaal geen vlees meer, meer duurzame of tweedehands kleding, vaker biologisch eten, minder plastic verpakkingen, vaker de auto laten staan, niet meer vliegen. Of compenseer je vakantiekilometers via Climate Stewards. Maar ook: vaker naar buiten, de natuur in. Want genieten van Gods prachtige schepping maakt je bewust van wat er op het spel staat, en hoe waardevol het is om je in zetten voor de bescherming ervan.

Martine van Wolfswinkel

Martine is coördinator van het programma ‘Hart voor de schepping’ van A Rocha, studeert theologie en probeert met haar gezin een duurzaam leven op te bouwen in Den Haag.
Facebooktwitter

Klimaatneutraal is goed te doen

De mensheid krijgt in Genesis 1: 28 de opdracht voor de hele aarde te zorgen: Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op aarde rondkruipen.’. Dat het om de hele aarde gaat wordt duidelijk gemaakt doordat de uitersten van de aarde, de vogels in de lucht en de vissen in de zee expliciet worden benoemd. Dit is dus een gigantische opdracht en verantwoordelijkheid.

Het wordt nu voor het eerst duidelijk dat die verantwoordelijkheid ook door de hele mensheid gevoeld wordt. Dat bewijst het klimaatakkoord van Parijs dat door 194 regeringen en door de Europese Unie is ondertekend. Maar regeringen werken traag. Het zal een proces van jaren worden voordat er wetten en maatregelen komen die de klimaatveranderingen zullen tegengaan. Nu al is de vrees groot dat dat te lang zal duren.

Individuen daarentegen kunnen ogenblikkelijk besluiten om hun gedrag te veranderen. Veel mensen doen dat ook. Ze isoleren hun huis, laten zonnecellen installeren, rijden in zuinige auto´s en eten minder vlees. De uitstoot van broeikasgassen gaat daarmee naar beneden, maar zal nog steeds groot zijn. De eenvoudigste stap om de overgebleven uitstoot klimaatneutraal te maken is door Climate Stewards te sponsoren. Met dat geld laat Climate Stewards onder andere bomen planten in ontwikkelingslanden, waardoor het uitgestoten broeikasgas naar de atmosfeer weer wordt vastgelegd. De website van Climate Stewards rekent voor je uit hoeveel geld je moet sponsoren om je overgebleven uitstoot van broeikasgassen te compenseren. Je zal verbaasd zijn over het lage bedrag dat nodig is voor je compensatie. De wetenschap dat het geld wordt ingezet door een betrouwbare organisatie, die ook zorgt voor de economische ontwikkeling van lokale gemeenschappen maakt dat je met plezier het geld geeft.

Terug naar de gigantische opdracht. Die opdracht delen we met zijn allen. Terwijl de regeringen er op hoog niveau mee aan de slag gaan, moeten wij ook in actie komen. Verminder wat je kunt en compenseer de rest. Klimaatneutraal is goed te doen.

 

Jan Harmsen

Jan Harmsen is onafhankelijk adviseur duurzame innovatie, docent duurzaam ontwerpen aan de Technische Universiteit van Delft en member of the board of trustees of Climate Stewards International.
Facebooktwitter

Opruimen

Koningsdag heb ik ooit wel eens de grootste particuliere logistieke operatie van Nederland genoemd. Via kleedjes in de binnensteden verhuizen veel spullen in een dag van de ene zolder naar de andere: boeken, puzzels, gezelschapsspelletjes, cd’s, huisraad als vazen, keukenspullen en allerlei toeristische informatie, kleding, bretels enzovoorts. Wat kan een mens aan spullen verzamelen. En wie wil nu hebben wat je zelf niet meer gebruikt of nodig hebt? Alles naar de stort brengen vond ik in het kader van recycling en kans op een tweede leven niet zo’n goed idee.

Op Facebook zag ik hoe een vriendin dit aanpakte. Je maakt er een maandproject van. Op de eerste dag van de maand bied je op Facebook één artikel aan, op de tweede dag twee artikelen, op de derde dag drie enzovoorts. Op deze manier ontdoe je je in 31 achtereenvolgende dagen van 496 spullen. Elke dag post je een of enkele foto’s van je aanbod. Het kan zo maar zijn dat iemand belangstelling heeft voor een artikel en dat is mooi. De rest gaat naar de afvalverwerking, netjes gesorteerd aanleveren. Of naar een kledingbank, of non-foodbank (afdeling van de Delftse voedselbank).

Ik heb de maand maart gebruikt voor deze actie en het resultaat is inderdaad 496 spullen opgeruimd, maar eh …… ik merk er weinig van. Volgens mij kan ik nog zo’n project doen en wellicht nog één. Ik wilde ruimte maken in huis, ruimte in boekenkasten, kledingkasten en keukenkasten. Er is inderdaad meer ruimte. Ondertussen zag ik ook dat er dingen binnen bleven komen. Er kwam weer een kinderbox en een kinderledikantje, want af en toe komt een kleinkind logeren. Houdt het dan niet op?

Deze opruimactie leerde mij bewust te zijn van wat je hebt. En dat als je iets nodig denkt te hebben, je afvraagt, heb ik het al, heb ik het echt nodig, kan ik zonder, of kan ik het misschien lenen. Het blijkt dat je minder nodig hebt, dan je denkt en dat je kan delen wat je hebt. Trouwens, als je deelt, is de impact op de aarde gedeelde impact.

Bert van der Woerd

Facebooktwitter

Zonde

Vandaag toont Facebook mij een foto van vier jaar geleden: de rijen perenbomen tegenover ons huis stonden toen begin april al in volle bloei. Dat is dit jaar wel anders, door de kou is er nog geen bloesempje te zien. Maar dat zal weldra veranderen en dan stap je hier in de Zak van Zuid-Beveland voor je lol op de fiets. Want de bloeiende appel- en perenboomgaarden zijn een lust voor het oog en de hordes fietsende toeristen die langs ons huis trekken genieten er duidelijk van.

Over fietsen gesproken, dat doe ik hier dus veel te weinig. Want alles is ver weg. Naar de bieb of de tandarts? 10 kilometer. De supermarkt? Idem. Station? Alleen met de auto te bereiken. Ook onze zoon wordt elke dag met de auto naar school gebracht (17 kilometer) door echtgenoot die in dezelfde plaats werkt. Als ik zelf de rit naar school maak, combineer ik dat altijd met duizend andere dingen: de bibliotheek dus, en de kaasboer, waar ik ook eieren en yoghurt koop, de appel- aardappel- en uienboer daar tegenover, en de bakker als laatste. Uiteindelijk kom ik thuis met een chagrijnig kind en een tas vol lokaal geteelde boodschappen. Want ook het brood bij de bakker is gebakken van Zeeuwse tarwe. Daar komt nog een wekelijks groentepakket bij van de biowinkel in Kruiningen, die ernaar streeft de groente zoveel mogelijk uit de buurt te halen.

Goed bezig, die Theanne, denken jullie nu natuurlijk. En wat heerlijk om op het platteland te wonen met al die lokaal geteelde producten. Nou…ik weet het niet. Ik bewaar, als zzp’er, elk jaar mijn benzinebonnen en dan kleeft er toch nogal wat brandstof aan mijn lokaal geteelde appels en de eieren van de boer. Leven op het platteland is leuk en lijkt groen, maar ik maak hier veel meer kilometers dan toen ik nog in de grote stad woonde.

En stel nou dat ik afvalvrij zou willen leven. Dat lijkt me nou oprecht leuk. Dan moet ik met de auto op zaterdagochtend naar de markt (dus niet te combineren met school) om daar mijn zakjes, potjes en tasjes omhoog te houden teneinde koek, rozijnen, noten en anderszins verpakkingsvrij te kunnen kopen. Dan heb ik dat ge-afvalbespaar toch weer helemaal teniet gedaan met mijn CO2-uitstoot? Zonde, die auto.

Over zonde gesproken: Ons huis wordt verwarmd met hout (lokaal gekapt) en niet of nauwelijks met gas uit Groningen. Echtgenoot is een fervent (en kundig) houtstoker. Deugt dat of deugt dat niet? We hebben dan wel zo’n speksteenkachel met bijna nul fijnstof-uitstoot (zeggen ze) maar tegenwoordig is houtstoken toch echt notdone.

Nog een biechtpuntje: we gaan binnenkort op vakantie naar Israël. Met het vliegtuig uiteraard… Dat is een lang gekoesterde wens van ons en eindelijk komt het ervan. Veel zin in. Maar vliegen mag al helemaaaaal niet meer als je van de groene bent. “Doen jullie dat? Dat mag toch niet?” hoor ik regelmatig.

“Ach wat!”, roept echtgenoot. “Ik heb op mijn land (een hectare, zie www.tijdenvanverademing.nl) al duizend bomen geplant. Dui-zend in tien jaar tijd! Daar kunnen we de wereld van rond vliegen. En de kilometers van jouw lokaal geteelde boodschapjes compenseer ik ook al jaren met Climate Stewards. Ze moeten niet zeuren!”

Waarvan akte.

Theanne Boer

Facebooktwitter

Overvloedig leven zonder de planeet te verwoesten?

Gebaseerd op een lezing gehouden door Dave Bookless op Hong Kong University, 1 juni 2017

Vertaald uit het Engels door Veraniek Veldstra.

Wat bedoelen we met ‘overvloedig leven’? Zowel in de Oosterse als Westerse culturen wordt ‘succes’ gezien in termen van voorspoed, rijkdom, gezondheid en veiligheid. Tegenwoordig hoort ‘vrijheid’ hier ook bij. Toch leven we in een paradox. Het nastreven van deze doelen en de alsmaar groeiende wereldbevolking leggen in steeds grotere mate druk op onze wereld. De drie pijlers van duurzame ontwikkeling – economie, sociologie en ecologie – staan allemaal onder spanning. De economische systemen zijn gebouwd op de oneindige voorraad fossiele brandstoffen en onze wegwerpmaatschappij. Dat botst met de planetaire grenzen waar we binnen zouden moeten blijven om op de lange termijn niet de planeet te verwoesten.

De groeiende welvaart zal op een punt komen die individuen en hele gemeenschappen destabiliseert. We hebben economische groei nodig om kwetsbare mensen te kunnen helpen. De vraag is of we ‘groei omwille van groei’ nodig hebben. Kunnen economieën veranderen zodat die meer circulair zijn of zelfs herstellend zijn voor de gebruikte natuurlijke hulpbronnen? Kan er een waarde aan de natuur worden gehangen?

Deze vragen verlangen een andere benadering van ‘overvloedig leven’. De milieuactivist Jonathon Porritt schreef: ‘We hebben morele leiders en wijsheid nodig om deze uitdagingen aan te pakken. De meeste mensen vertrouwen hierin leiders die geworteld zijn in religie of spiritualiteit.’[1]. Toen koning Salomo van God een geschenk naar hartenwens mocht kiezen, koos hij geen geld, bezittingen, gezondheid, veiligheid of macht … maar wijsheid (2 Kronieken 1: 7-12). Wijsheid om de werkelijkheid te begrijpen is anders dan wetenschappelijke kennis en rationele analyse. Wijsheid wordt dan gebruikt om de wereld relationeel te kennen. In de Bijbelse context betekent het voornamelijk ‘onze plaats in de wereld kennen’: onszelf kennen in relatie tot God, andere mensen en de natuur.

Echt overvloedig leven wordt niet gevonden in een overvloed aan materiële bezittingen, maar in de kwaliteit van onze relaties. Jezus zei: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’ (Lukas 12:15). We hebben belangrijke waarden en deugden nodig om naar een echt overvloedig leven te streven. Ze transformeren de drie dimensies van onze relaties – met God, anderen en de natuur. Ze moeten geïntegreerd worden in ons onderwijssysteem – onze vorming van harten en geesten, en ook in ons politieke en economische leven. Kijkend naar de Bijbel en wat toepasbaar is in alle culturen en ideologieën, denk ik dat we de volgende waarden en deugden nodig hebben:

Onderlinge afhankelijkheid: we zitten in hetzelfde schuitje – alle mensen naar Gods beeld gemaakt en alle medeschepselen. We hebben elkaar nodig en zijn afhankelijk van elkaar. Verwondering helpt ons het gevoel te krijgen van onderlinge afhankelijkheid – het besef dat alle dingen met elkaar verbonden zijn en het leven een kostbaar geschenk is.

Relatie: een oriëntatie op anderen – geen bevrediging zoeken in zelfontplooiing maar in het zien bloeien van anderen en de natuur. Echt mens zijn is ‘excentriek zijn’ in de zin dat we ons niet op onszelf maar op de ander richten – onze vreugde vinden in de bloei van andere mensen en andere wezens. De deugd van nederigheid erkent dat we verbonden zijn met de ‘humus’ – de aarde waaruit alle dingen zijn gemaakt.

Lokaal: geworteld zijn en thuishoren op de plaats waar God ons plant; het kennen van onze eigen plek zorgt er voor dat we ergens echt thuishoren. Studies tonen aan dat individuen en bedrijven meer schade aan het milieu toebrengen wanneer ze ver weg van de oorsprong van grondstoffen en producten wonen. Net zoals Salomo de vogels, dieren en planten van zijn koninkrijk kende (1 Kon. 4:33), moeten wij onze lokale ecologie leren kennen en die kennis delen. Als we zien wat de impact is van onze inkopen en levens op medemensen en -schepselen, brengt dat een belangrijke ecologische deugd voort: terughoudendheid. Dit heeft tot gevolg dat we onze schadelijke impact proberen te minimaliseren ten behoeven van onze naasten.

Holisme: het grote plaatje zien; het herkennen van onze voetafdruk en impact, en rekening houden met de behoeften van het hele planetaire systeem. Het christelijke evangelie mag nooit worden teruggebracht tot individuele verlossing of ‘geestelijke waarden’. Het evangelie is Gods plan voor de vernieuwing en verlossing van het hele universum. De kern van de christelijke deugden (1 Kor. 13:13) zijn geen vage sentimenten voor de kerkdiensten, maar praktische inzichten om mee te nemen naar onze werkplekken, huizen, winkels en al onze interacties met Gods goede schepping. Gods geloof, hoop en liefde strekken zich uit tot Zijn plan om alle dingen in Christus te vernieuwen – en dat moet ook voor ons geloof, onze hoop en onze liefde gelden.

[1] SDC/WWF-UK (2005). Sustainable Development and UK Faith Groups: Two Sides of the Same Coin? London, Sustainable Development Commission.

Facebooktwitter

Zondagsrijder

Ik ben een zondagsrijder. Ik rij gemiddeld 1 keer per maand en meestal in het weekend. Wij bezitten zelf geen auto en proberen het meeste met de fiets en het OV te doen. Maar soms is een auto praktischer en dan maken we gebruik van een deelauto. Daardoor hoeven we voorlopig nog geen eigen auto te bezitten.

Er zijn twee soorten deelauto’s: auto’s van particulieren die ze via een platform verhuren (zoals SnappCar en MyWheels) en auto’s die een platform zelf verhuurt (zoals Buurauto en GreenWheels). Het hangt nogal sterk af van waar je woont of en hoeveel deelauto’s er in je omgeving zijn. Op de website https://ritjeweg.nl vind je alle deelauto’s in jouw buurt.

Een deelauto rijden heeft zijn voordelen. We hebben geen zorgen over onderhoud, de verzekering of andere bijkomende kosten. Ook is een deelauto voor ons goedkoper dan een eigen auto, omdat we jaarlijks maar een paar duizend kilometer rijden. Het kantelpunt ligt rond de 8.000-10.000 kilometer per jaar.

Daarnaast is het beter voor het milieu: uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat autodelers gemiddeld 15-20% minder kilometers rijden dan daarvoor. Ik snap dat wel. Ik moet ruim een half uur fietsen naar de molen om een zak meel te halen. Als ik een eigen auto zou hebben zou ik snel verleid zijn om met de auto te gaan: het comfort is direct voelbaar en de rekening komt later pas. Bij de deelauto is direct zichtbaar wat de kosten zijn. Vooral voor korte ritjes ben ik daardoor minder snel geneigd de auto te pakken.

Nadelen zijn er ook. Ten eerste staat er niet altijd een deelauto bij iedereen in de buurt. Bij een deelauto van een particulier moet je vaak een afspraak maken voor een sleuteloverdracht. Ook moet je van tevoren inschatten hoe lang je de auto denkt nodig te hebben. Lever je hem te laat in dan riskeer je een boete. Lever je hem eerder in, dan betaal je vaak nog voor de resterende uren. Platformen met eigen auto’s bieden soms een app waarmee je de huurtijd iets kan aanpassen.

Wij hebben geluk, want de deelauto staat voor de deur en we kunnen hem openen met onze OV-chipkaart. De nadelen wegen daarom niet op tegen de voordelen. Het bezitten van een eigen auto kunnen wij door de deelauto nog uitstellen. Zit je er wel aan te denken een (tweede) auto te kopen? Kijk dan eerst of een deelauto een optie is. Of verhuur je (tweede) auto via een aanbieder zodat andere mensen er ook gebruik van kunnen maken en jij wat van je kosten terug kan verdienen.

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

De christelijke ecomama

Ik ben een ecomama. Zo eentje die zweert bij wasbare luiers, wasbare billendoekjes en zelfgemaakte billencrème; die de eerste hapjes, als het kan, uit eigen moestuin geeft en zo goed als alle babyspullen van anderen heeft overgenomen. Niet omdat ik vind dat chemicaliën altijd troep zijn, of dat mijn kinderen zo dicht mogelijk bij de natuur moeten opgroeien. Nee, ik wil ze vooral laten zien wat het is om te leven vanuit de hoop op een nieuwe wereld.

Voor je kindje is alleen het beste goed genoeg. En gelukkig is het beste ruim te verkrijgen bij grote en minder grote babyzaken. Alles nieuw, van alle gemakken voorzien en van topkwaliteit merken. Natuurlijk is het belangrijk om goed voor je kinderen te zorgen en ze de kwaliteit te geven die ze nodig hebben. Maar is kwaliteit niet meer dan gemak en merk?

En wat gebeurt er met al die spullen die je maar een korte tijd gebruikt? Gelukkig wordt een groot gedeelte tweedehands verkocht voor een volgende ronde. Een kleine zoektocht op Marktplaats levert ruim 9.000 hits op als het gaat om tweedehands kinderwagens. Maar helaas stroomt niet alleen Marktplaats vol, ook vuilnisbakken puilen uit van luiers en wegwerpdoekjes voor billen en gezichtjes.

Geen wonder dat er een tegen-hype is ontstaan op het gebied van kinder- en babyverzorging in het duurzame en eco- segment. Het is een nichemarkt die langzaam ook in de grote babyzaken een plekje verovert. Het gevaar is alleen dat het een nieuw idealisme gaat worden waarin een grote nadruk wordt gelegd op de individuele baby en de ouders. Het is een belangrijke verkoopstrategie om de angst voor de meerprijs bij de consument weg te nemen. Zo wordt weer alleen het beste goed genoeg, namelijk zonder toegevoegde chemicaliën, bestrijdingsmiddelen en plastics voor je lieve kleine wondertje. Maar is er ook een groter plaatje?

Zelf willen mijn man en ik duurzaam leven. Niet vanuit idealisme, maar wel als een belangrijk aspect binnen de zorg voor onze twee kinderen. Zo is het gebruik van wegwerpluiers voor ons nooit een overweging geweest. Het was enkel een logische keuze om wasbare luiers te gebruiken. Ondanks de vele extra wasbeurten wordt er enorme milieuwinst mee behaald. Bijna al onze 45 luiers zijn tweedehands en worden nu voor de vierde of vijfde keer gebruikt. Dat staat op dit moment tegenover de productie, verpakking, vervoer en afvalverwerking van ruim 20.000 wegwerpluiers.

Daarnaast hebben wij  een moestuin en vinden we het makkelijk en leuk om de kinderen op een zelfvoorzienende manier te voeden. Maar op vakantie koop ik gewoon een paar potjes (biologische) babyvoeding. Net zo gezond en ik hoef niet alle maaltijden van te voren te plannen. Ook vind ik het leuk om zelf billenzalf te maken (zonder etherische oliën) op basis van bijenwas en het is een goed alternatief voor de meeste billencrèmes die niet uitwasbaar zijn.

Onze jongste had ik graag langer borstvoeding willen geven, maar mijn eigen melkproductie liep met zeven maanden snel terug. Ik had niet de energie om vaker aan te leggen of regelmatig te gaan kolven en daarom zijn we overgegaan op flesvoeding. Biologische flesmelk is helaas niet zo duurzaam (zeker niet als het gaat om de verpakking), maar het is goed zo.

Zelf zou ik graag enkel het allerbeste aan mijn kinderen geven. Maar ik weet dat, hoe goed ik ook mijn best doe, ik nooit een perfecte moeder zal zijn. God is het die mij genade en verantwoordelijkheid geeft om, in afhankelijkheid van Hem, Zijn liefde te laten zien. Hij gebruikt mij als instrument in de zorg voor mijn kinderen, maar ook in de zorg voor de schepping als geheel. En met veel keuzes komen deze twee mooi samen. Duurzaam leven is goed, maar de schepping redden hoeven wij zelf gelukkig niet meer te doen.

Jaël de Kool – van der Woude

 

 Facebooktwitter

Plastics zijn overal!

Het is een van de meest trieste beelden uit de natuur die op mijn netvlies staan: albatrossen die al in hun nest zijn doodgegaan op het eilandje Midway in de Pacifische Oceaan. Er is een minidocumentaire over gemaakt van een paar minuten door Chris Jordan.

MIDWAY a Message from the Gyre: een korte film van Chris Jordan

Dat de jonge albatrossen dood gaan komt door plastics die in het water drijven. Omdat er vaak algen op groeien, zien de volwassen vogels de plastic stukjes aan voor voedsel. Ze voeren er hun jongen mee, die het gewillig doorslikken. Als ze een week later door ondervoeding doodgaan, liggen hun lijkjes te verteren in het nest. En in die halfverteerde vogels zie je al het plastic weer tevoorschijn komen: van flessendoppen tot inktpatronen, van hele aanstekers tot tandenborstels.

De grote milieuproblemen zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Maar ook de gevolgen van plastics horen in dit rijtje. In de oceanen drijven eilanden van plastic. Plastics zijn overal! Zal het ooit lukken om die op te ruimen? De plastics vallen uiteen in microplastics (die overigens ook steeds vaker in producten als scrubs en tandpasta zitten). Er zijn steeds meer aanwijzingen die die microplastics de vruchtbaarheid van zeeorganismen verstoren.

Het zijn allemaal problemen die zich ver van huis voordoen. Maar de oorzaak ligt heel dichtbij. En de oplossing dus ook, namelijk bij alle plastic producten en verpakkingen die we gebruiken. Wat doen we daarmee?

Ik ga er natuurlijk van uit dat je zelf geen afval op straat gooit. Maar ook dan heb ik nog vier tips voor je:

1. Scheid je afval. Zorg dat het plastic afval zoveel mogelijk gerecycled wordt. Dit werkt nog lang niet overal zoals het moet, maar het gaat de goede kant op! Recycling van glas is een mooi voorbeeld: bijna al het glas wordt tegenwoordig verwerkt tot nieuw glas.

2. Koop geen producten met microplastics. Bekijk deze website of jouw merken van cosmetische producten microplastics bevatten.

3. Ga af en toe afval prikken in je eigen woonomgeving. In mijn woonplaats Amersfoort is er sinds kort het project 033zwerfafvalzat.nl. Je kunt een straat of wijk adopteren en schoon houden. Doe mee aan zo’n project – of begin er zelf een!

4. Ben je activistisch aangelegd? Doe dan mee aan de actie ‘back to sender’ en stuur op straat gevonden plastic afval terug naar de producent.

 

Het zou toch prachtig zijn als de beelden van die dode jonge albatrossen heel snel van ons netvlies kunnen verdwijnen?

Embert Messelink

directeur A Rocha Nederland

 

 Facebooktwitter