Beetje bij beetje

Begin vorig jaar zijn er in korte tijd bijna 500 spullen uit ons huis verdwenen. We deden mee aan de minimalism challenge, net als Bert van der Woerd. Op dag 1 gooiden we één ding weg, op dag 2 twee dingen, enz. Houd dat een maand vol en je bent 496 spullen lichter. De grote vraag is: zijn er ondertussen weer net zoveel nieuwe spullen het huis in gekomen?

Leven met minder spullen betekent voor mij niet dat er alleen een bank en tafel in de woonkamer mag staan of dat ik alleen spullen mag hebben die ik echt nodig hebt. Het betekent wel dat ik kritischer naar spullen kijk. De meeste spullen die ik opgeruimd heb, kwamen van plekken waar ze niet in de weg stonden. Blijkbaar ben ik dan niet snel geneigd op te ruimen, want ‘het staat toch niet in de weg’. Ook zijn er spullen weggegaan die ik bewaarde ‘voor het geval dat’ (maar wanneer is dat nou echt?) of ‘altijd handig’ (maar eigenlijk nooit gebruiken). Het was verrassend hoe relatief makkelijk het was om 500 ‘overbodige’ spullen te vinden in huis.

Nog steeds gaan er meer spullen het huis uit dan in. Zo hebben we deze zomer met behulp van project 333 onze kledingkasten opgeruimd. Doordat we minder kleding hebben, moet het na het opdrogen direct terug naar de kledingkast. Zo ontstaat er zelden een grote vouw- of strijkhoop (jeej!), omdat we de kleding snel weer nodig hebben.

Deze zomer heb ik nog een doos met glazen potten uitgezocht. Ik verzamelde die, omdat ik soms dingen zelf inmaak (appelmoes, chutney) of er iets in wil bewaren (bonen, linzen). De hoeveelheid begon de doos uit te groeien en ik moest toegeven dat de verzameling groter was dan de hoeveelheid potten die ik op een jaar nodig heb. Een opruiming was hard nodig. En ik heb ervan geleerd, want er zijn sindsdien geen nieuwe glazen potten bij gekomen.

Er zijn dit jaar echt nog wel spullen ons huis in gekomen, maar het zijn er zeker geen 500. Iets waarvan er meer het huis in gaan dan uit komen zijn bordspellen. Dat is een favoriet tijdverdrijf van ons zelf en veel van onze vrienden. Maar zolang er geen dikke laag stof op een spel komt, zie ik die verzameling graag verder groeien!

 

Veraniek Veldstra
Facebooktwitter

Parkeerplaats

Een paar weken geleden deed ik de volgende oefening. Ik moest bij een foto gaan staan die één van de verschillende plekken in het zwembad liet zien. Bijvoorbeeld: in het diepe, het ondiepe, de parkeerplaats, op de glijbaan, het peuterbadje of de rand van het zwembad. De vraag die we ons stelden was ‘waar positioneer jij jezelf op het gebied van gerechtigheid en duurzaamheid?’ Vol overtuiging ging ik bij het diepe staan. Heldhaftig noemde een van mijn groepsgenoten mij.

Waarom in het diepe? Twee redenen. Allereerst een wat praktische reden. Door mijn werk als coördinator van Micha Nederland ben ik eigenlijk dagelijks met deze thematiek bezig. Hierdoor is het ook zo met mijn dagelijkse leven vervlochten dat ik mezelf wel in het diepe durfde te plaatsen. Ten tweede omdat het diepe soms zo diep is dat je de grond onder je voeten niet meer voelt en dat kan best eng en spannend zijn. Zo vindt ik het nog altijd eng en spannend om telkens weer bewust buiten mijn comfort zone te stappen en nieuw keuzes te maken om duurzamer te gaan leven.

Als tweede oefening moesten we bij het plaatje gaan staan wat van toepassing was voor mijn kerk en mijn rol daarin op gebied van gerechtigheid en duurzaamheid. Toen moest ik toch wel even slikken. Ik realiseerde mij dat ik ver van het diepe verwijderd was en uiteindelijk ben ik op de parkeerplaats gaan staan.

Waarom? Ik voel een zekere schroom, onzekerheid of misschien wel schaamte om deze onderwerpen (stevig) in onze gemeente onder de aandacht te brengen. Persoonlijk en in mijn werk heb ik hier totaal geen moeite mee, maar waarom dan wel in mijn eigen kerk? Ik merk dat ik snel geneigd ben om de mening van anderen in te vullen en denk dat ze het bij mij in de kerk toch niet belangrijk vinden en er toch niets mee zullen doen. Deze gedachte was en is voor mij erg confronterend. Vanuit mijn werk moedig ik juist anderen aan daar niets van aan te trekken en juist je mening hierover te laten horen. Maar nu loop ik hier zelf ook tegenaan.

Het was dus goed om even op die parkeerplaats gezet te worden door deze oefening. Ik kreeg weer even een spiegel voorgehouden. Ik besefte me dat ik zelf invloed heb of ik op die parkeerplaats blijf staan of dat ik met volle vaart (of wellicht in een slakkentempo) het zwembad binnen ga. Want juist in een tijd van verandering en een nieuwe start, onze gemeente is net samen gegaan met een andere gemeente, kan je vanaf begin af aan prioriteit stellen voor een thema als gerechtigheid en duurzaamheid. Maar dan moet er wel iemand zijn die de vinger opsteekt of de vlag uit hangt voor deze onderwerpen.

Annemarthe Westerbeek

Facebooktwitter

Duurzaam onderweg

Af en toe ga ik er even voor zitten. Een evaluatie van mijn pogingen om duurzaam te leven. Terugblikken is prettig. Er is echt heel veel veranderd in die vijftien jaar dat ik bezig ben met duurzaamheid! Maar vooruitblikken is nodig om mezelf op scherp te houden. Er zijn genoeg nieuwe stappen mogelijk. Wat wil ik prioriteit geven?

Ik laat je even meekijken. Allereerst de terugblik: toen ik ruim tien jaar geleden intensief over duurzaamheid, schepping en geloof ging nadenken, ging ik ook steeds vaker andere keuzes maken. Ik besloot de ‘duurzame aanjager’ van ons gezin te worden. Ik kreeg (vaak) volle support van de rest.

Voor het vlees reed ik naar de biologische boerderij. Later stopte ik daarmee, want we aten steeds minder vlees. Ook qua groenten en zuivel gingen we over op bio. Later werd dat een abonnement op een groentetas van een lokale bioboer. Thuis ging de verwarming een graadje lager, we investeerden in isolatie en er kwamen zonnepanelen op het dak. Een deel van de tegels ging uit de tuin om ruimte te maken voor groen. Er kwamen insectenvriendelijke planten en struiken en een nestkast aan de muur. De tuin werd wat ruiger: de klimop kreeg meer ruimte – bloemen in de late herfst (goed voor insecten) en bessen in de winter (voor de vogels). We maakten afspraken over vakanties: geen vliegreizen meer voor de ‘fun’. De nieuwe auto werd een van de zuinigste modellen die er bestaan – net groot genoeg om onszelf en drie opgroeiende tieners te vervoeren. Al ons afval werd strikt gescheiden zodra de mogelijkheden zich aandienden. Het krantenabonnement werd grotendeels digitaal en op de brievenbus kwam de bekende ‘nee-nee sticker’.

Dan de vooruitblik. Onlangs las ik het boek ‘De verborgen impact’ van Babette Porcelijn. Van haar leerde ik dat ‘spullen’ (apparaten, meubels, etc) een fors deel van je persoonlijke impact op de aarde beslaan. Logisch, maar ik had het nog niet scherp! Daarnaast is de consumptie van zuivel op mijn lijstje gekomen. Ik ben bezorgd over de zware impact van de intensieve veehouderij op weidevogels. Daarom vind ik zuivelconsumptie een belangrijk thema. De vanzelfsprekendheid van het toetje is de afgelopen maanden in huize Messelink verdwenen. Andere uitdagingen liggen nog op het vlak van duurzame kleding – gewoon nog niet aan toegekomen. De verpakkingsvrije supermarkt – ligt aan de andere kant van de stad… Duurzaam bankieren (deels voor elkaar). En wellicht op termijn: elektrisch rijden.

Samenvatting van iedere evaluatie? Best tevreden, maar nooit klaar. Verder dus!

Hoe ben jij bezig? Hoe kijk je terug? Wat zou je nog willen doen? Ik ben benieuwd naar jouw lijstje!

 

Embert Messelink is directeur van A Rocha.
Facebooktwitter

Mijn hechte band

Ik maak al jaren mijn eigen brood. Heerlijk! Voor het zware kneden maakte ik dankbaar gebruik van een tweedehands broodmachine van iemand die hem zelf niet meer gebruikte. Maar na een paar jaar ging hij helaas stuk. Ik vroeg de fabrikant of ze nog onderdelen verkochten, zodat ik hem kon repareren. Helaas, het model werd al 17 jaar niet meer verkocht en ze hadden geen reserveonderdelen meer. Ik mocht ‘uitkijken naar een nieuwe broodbakmachine’.

Een paar jaar geleden was ducttape nog het antwoord op alles wat stuk ging. Zo hingen lange tijd de stokoude stofzuiger, het lekkende strijkijzer en het instabiele wasrek met ducttape aan elkaar. Als ducttape ook niet meer hielp, was het tijd om een nieuw apparaat te kopen. Tenminste, dat was altijd mijn gedachte. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ik ben er achter gekomen dat ik vaak zelf (of met hulp van iemand anders) heel gemakkelijk een apparaat kan repareren door het kapotte onderdeel te vervangen.

Ik begon met mijn fiets. Eerder kwam ik niet verder dan een band plakken of batterij van een lamp vervangen. Eigenlijk vond ik het raar dat ik niet mijn eigen fiets kon onderhouden. Dus ik ben het gaan leren. Met het Internet op mijn telefoon in de ene hand en gereedschap in de andere krijg ik tot nu toe alles vervangen. De ene keer met veel meer gemak dan de andere. Praktisch alle onderdelen van een fiets zijn los te koop.

Zo ontdekte ik de onderdelenwinkels. Ik keek mijn ogen uit naar de vele onderdelen van allerlei apparaten die ze daar verkopen. Als er nu iets stuk is, ga ik eerst naar een onderdelenwinkel om te kijken of ik een apparaat zelf kan repareren. Soms weet ik wat ik nodig heb; bijvoorbeeld toen ik na het controleren van de bandenspanning per ongeluk de ventieldopjes van de deelauto vergeet terug te plaatsen, had ik gewoon 4 nieuwe ventieldopjes nodig.

Soms weet ik niet precies wat ik nodig heb. Dan neem ik het apparaat mee naar de winkel en kijken ze daar naar wat ik nodig heb. Of ik zoek een handleiding op iFixit en kijk of ik er zo achter kan komen. Hierdoor heb ik al eens onderdelen van mijn laptop kunnen vervangen.

Als ik weet wat ik nodig heb, maar geen tijd heb om naar een winkel te gaan, bestel ik het online. Dat kan soms via de fabrikant (is meestal even zoeken op de website) of bij een andere webshop (bijvoorbeeld Onderdelenhuis of Europart).

Ik heb steeds minder vaak ducttape nodig om de levensduur van een apparaat te verlengen. En ik koop minder snel een nieuw apparaat. Dat is wel zo duurzaam. En die nieuwe broodmachine? Die is er gekomen. Daardoor kan ik nog steeds genieten van een heerlijk brood uit eigen oven.

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

Respect

In de laatste augustusweek bivakkeerde ik samen met Rineke aan de oever van de Rijn in Oosterbeek. De stuwwal van de Veluwe, zo’n beetje 150.000 jaar geleden ontstaan, dwong de Rijn naar het westen af te buigen. De IJssel kon er als kleinere stroom oostwaarts nog omheen. Het is een gevarieerde en boeiende omgeving. De dijk van de Betuwe volgt de gang van de rivier. Op kleinere schaal herken je dat wegen en paden de uitgesleten beekdalen of de hoogtelijnen volgen. Menselijke ontwikkelingen, beschaving, volgen haast als vanzelf de vormen van het landschap, waarbij het een en ander wel gefixeerd wordt. Kribben houden de stroom van de rivier de Rijn in toom. Het gegeven dat de bewoners de mogelijkheden die het landschap biedt volgen, maakt het gebied waardevol. Het levert afwisseling op, diversiteit. En gelukkig zie je dat nog steeds aan de rand van de Veluwe.

Respect voor het landschap

Posted by Climate Stewards NL on Tuesday, 11 September 2018

Hoewel, grote infrastructurele werken zijn ook hier aanwezig. De spoorlijn Ede – Arnhem – Nijmegen, de A50 en de stuw bij Driel. De A50 moest eind ‘jaren 60 door de stuwwal bij Wolfheze heen gegraven worden. Lokale wegen werden omgelegd, natuurgebieden werden gesplitst. Toch valt me iets op. Vanaf de Betuwe kijkend naar het noorden zie je geen bebouwing uitkomen boven de toppen van de bomen, eeuwenoude bossen. Dat noem ik respect voor geografie, respect voor historie, respect voor het landschap, respect voor natuur. In gesprekken vanuit mijn rol als coördinator Climate Stewards Nederland hoor ik wel eens de tegenwerping dat het aanplanten van bomen niet zo duurzaam zou zijn. Met de groei verwerkt een boom het CO₂ tot hout en zuurstof. Aan het einde van de levenscyclus verwordt een boom weer tot CO₂ en gebruikt zuurstof, hetzij door verrotting, hetzij door verbranding. Dat is waar, echter boomaanplant is wel een duurzame actie:

1. het rottingsproces gaat nagenoeg net zo langzaam als het groeiproces;

2. de verwerking van CO₂ door een boom is vaak voor eeuwen; het buffert het huidige teveel aan CO₂-uitstoot;

3. bomen hebben grote positieve klimaateffecten als het gaat om koeling en biodiversiteit;

4. het aantal bomen op de aarde neemt door ontbossing nog steeds af;

5. en hout is geen brandstof, wel grondstof.

Daarom blijft Climate Stewards aanplanten van bomen stimuleren en sponsoren. Daarnaast sponsort Climate Stewards projecten in Kenia met biosandfilters (drinkwater wordt gefilterd i.p.v. gekookt) en efficiënte houtovens in Uganda (minder hout nodig om te koken). Alle drie de projecten dragen bij aan het tegengaan van opwarming van de aarde, vooral in die gebieden waar mensen er het meest onder te lijden hebben. Respecteer de aarde en compenseer je CO₂-uitstoot!

Bert van der Woerd

 Facebooktwitter

33 kledingstukken

3 maanden lang jezelf kleden met maximaal 33 kledingstukken, inclusief schoenen, jassen, tassen en accessoires. Zou ik dat kunnen? En zou het wel mogelijk zijn in Nederland met het (normaal gesproken) veranderlijke weer? Op zich kan mijn kledingkast wel een opruimbeurt gebruiken. Daarom ging ik begin juni de uitdaging aan.

Courtney Carvar bedacht Project 333 in 2008. Ze daagde zichzelf uit 3 maanden lang maar 33 kledingstukken te dragen. Uitgezonderd zijn trouwring, ondergoed, sokken, pyjama’s en sportkleding. Het is haar goed bevallen, want na tien jaar kiest ze nog steeds 33 kledingstukken per seizoen uit.

Een Nederlander heeft gemiddeld 173 kledingstukken in de kledingkast hangen en koopt er elk jaar 46 nieuwe bij. Een deel van de nieuwe kleding wordt nooit gedragen. De huidige ‘fast fashion’ heeft een enorme impact op mens én milieu.

Oké, maar hoe begin je met het rigoureus opruimen van je kledingkast? Ik heb het stappenplan van Courtney gevolgd.
1. Haal al je kleding uit de kast en sorteer het in 4 stapels: bewaren, twijfel, doneren, afval (vb met verfvlekken).
2. Gooi de kledingstukken waar vet- of verfvlekken op zitten bij restafval (niet in de kledingbak!)
3. Doneer kleding aan de kringloopwinkel, of stop (ook kapotte) kleding in een kledingbak.
4. Vraag je bij de twijfel-kleding af of je het nu nog een keer zou kopen als je het in de winkel zag en of je het de komende 3-6 maanden zou gaan dragen. Nee? Dan kun je het doneren. Ja? Leg het bij je bewaar-kleding.
5. Kies nu 33 kledingstukken uit die je de komende 3 maanden gaat dragen. Vergeet niet schoenen, jassen, tassen en accessoires mee te tellen!

Ik ben nu al in de laatste maand van de uitdaging en het valt me alles mee. Het is heerlijk om een opgeruimde (bijna lege) kledingkast te hebben. De beperkte keuze aan kleding maakt het uitkiezen ’s ochtends een stuk makkelijker. Het is allemaal leuke kleding! Ik heb één keer iets omgeruild, vanwege het aanhoudende warme weer, maar verder lukt het me goed om het bij de 33 items te houden.

Denk je dat jij het zou kunnen? Durf jij de uitdaging aan te gaan? Het volgende seizoen komt er aan en ik ga door. Doe met me mee!

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

Vakantie: tijd voor verandering

Mensen zijn gewoontedieren. En dat is maar goed ook, want als je over alle kleine keuzes die je de hele dag maakt bewust moet nadenken, wordt het leven erg vermoeiend. Dat merk je bijvoorbeeld bij een (internationale) verhuizing. Dan kom je in een hele andere context terecht, waar niets meer vanzelfsprekend is. Alle keuzes die je eerder ‘vanzelf’ maakte, moeten dan weer opnieuw bekeken en overwogen worden. Van waar je naar de kerk gaat tot waar je je brood haalt. Tot je al die nieuwe gewoontes weer hebt opgebouwd, is dat een proces dat veel energie en tijd kost.

Maar het doorbreken van gewoontes of ergens een nieuwe start maken heeft ook voordelen. Het geeft je de kans om keuzes te maken die beter passen bij hoe je je leven wil inrichten – een leven met minder impact op het klimaat en de natuur bijvoorbeeld.

Die kans kregen wij toen we een half jaar geleden terugkwamen naar Nederland, na 12 jaar buitenland. We hebben ervoor gekozen om dicht bij werk en school te wonen, zodat we voor het dagelijks vervoer geen auto nodig hebben – we doen alles op de fiets, met het openbaar vervoer of maken gebruik van deelauto’s. Ook eten we zoveel mogelijk vegetarisch of plantaardig, en halen we elke week trouw een pakket lokale biologische groenten op bij Lekkernassûh. Verre vliegreizen zitten er voorlopig ook niet in; dat hebben we de afgelopen 12 jaar wel genoeg gedaan. Natuurlijk zijn er nog heel veel dingen die beter zouden kunnen. Minder plastic afval zou mooi zijn, en die zonnepanelen op het dak – die moeten er nog komen.

Natuurlijk hoef je niet te verhuizen of andere ingrijpende dingen te doen voordat je dingen kunt veranderen. Een vakantie is daar ook heel geschikt voor.

Pak er op de camping eens pen en papier bij en schrijf op welke stappen je zou willen nemen richting een meer ‘klimaatbewust’ leven. Verander daarbij niet alles tegelijk, maar stel jezelf of je gezin één of twee haalbare doelen, zoals: minder of helemaal geen vlees meer, meer duurzame of tweedehands kleding, vaker biologisch eten, minder plastic verpakkingen, vaker de auto laten staan, niet meer vliegen. Of compenseer je vakantiekilometers via Climate Stewards. Maar ook: vaker naar buiten, de natuur in. Want genieten van Gods prachtige schepping maakt je bewust van wat er op het spel staat, en hoe waardevol het is om je in zetten voor de bescherming ervan.

Martine van Wolfswinkel

Martine is coördinator van het programma ‘Hart voor de schepping’ van A Rocha, studeert theologie en probeert met haar gezin een duurzaam leven op te bouwen in Den Haag.
Facebooktwitter

Klimaatneutraal is goed te doen

De mensheid krijgt in Genesis 1: 28 de opdracht voor de hele aarde te zorgen: Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op aarde rondkruipen.’. Dat het om de hele aarde gaat wordt duidelijk gemaakt doordat de uitersten van de aarde, de vogels in de lucht en de vissen in de zee expliciet worden benoemd. Dit is dus een gigantische opdracht en verantwoordelijkheid.

Het wordt nu voor het eerst duidelijk dat die verantwoordelijkheid ook door de hele mensheid gevoeld wordt. Dat bewijst het klimaatakkoord van Parijs dat door 194 regeringen en door de Europese Unie is ondertekend. Maar regeringen werken traag. Het zal een proces van jaren worden voordat er wetten en maatregelen komen die de klimaatveranderingen zullen tegengaan. Nu al is de vrees groot dat dat te lang zal duren.

Individuen daarentegen kunnen ogenblikkelijk besluiten om hun gedrag te veranderen. Veel mensen doen dat ook. Ze isoleren hun huis, laten zonnecellen installeren, rijden in zuinige auto´s en eten minder vlees. De uitstoot van broeikasgassen gaat daarmee naar beneden, maar zal nog steeds groot zijn. De eenvoudigste stap om de overgebleven uitstoot klimaatneutraal te maken is door Climate Stewards te sponsoren. Met dat geld laat Climate Stewards onder andere bomen planten in ontwikkelingslanden, waardoor het uitgestoten broeikasgas naar de atmosfeer weer wordt vastgelegd. De website van Climate Stewards rekent voor je uit hoeveel geld je moet sponsoren om je overgebleven uitstoot van broeikasgassen te compenseren. Je zal verbaasd zijn over het lage bedrag dat nodig is voor je compensatie. De wetenschap dat het geld wordt ingezet door een betrouwbare organisatie, die ook zorgt voor de economische ontwikkeling van lokale gemeenschappen maakt dat je met plezier het geld geeft.

Terug naar de gigantische opdracht. Die opdracht delen we met zijn allen. Terwijl de regeringen er op hoog niveau mee aan de slag gaan, moeten wij ook in actie komen. Verminder wat je kunt en compenseer de rest. Klimaatneutraal is goed te doen.

 

Jan Harmsen

Jan Harmsen is onafhankelijk adviseur duurzame innovatie, docent duurzaam ontwerpen aan de Technische Universiteit van Delft en member of the board of trustees of Climate Stewards International.
Facebooktwitter

Opruimen

Koningsdag heb ik ooit wel eens de grootste particuliere logistieke operatie van Nederland genoemd. Via kleedjes in de binnensteden verhuizen veel spullen in een dag van de ene zolder naar de andere: boeken, puzzels, gezelschapsspelletjes, cd’s, huisraad als vazen, keukenspullen en allerlei toeristische informatie, kleding, bretels enzovoorts. Wat kan een mens aan spullen verzamelen. En wie wil nu hebben wat je zelf niet meer gebruikt of nodig hebt? Alles naar de stort brengen vond ik in het kader van recycling en kans op een tweede leven niet zo’n goed idee.

Op Facebook zag ik hoe een vriendin dit aanpakte. Je maakt er een maandproject van. Op de eerste dag van de maand bied je op Facebook één artikel aan, op de tweede dag twee artikelen, op de derde dag drie enzovoorts. Op deze manier ontdoe je je in 31 achtereenvolgende dagen van 496 spullen. Elke dag post je een of enkele foto’s van je aanbod. Het kan zo maar zijn dat iemand belangstelling heeft voor een artikel en dat is mooi. De rest gaat naar de afvalverwerking, netjes gesorteerd aanleveren. Of naar een kledingbank, of non-foodbank (afdeling van de Delftse voedselbank).

Ik heb de maand maart gebruikt voor deze actie en het resultaat is inderdaad 496 spullen opgeruimd, maar eh …… ik merk er weinig van. Volgens mij kan ik nog zo’n project doen en wellicht nog één. Ik wilde ruimte maken in huis, ruimte in boekenkasten, kledingkasten en keukenkasten. Er is inderdaad meer ruimte. Ondertussen zag ik ook dat er dingen binnen bleven komen. Er kwam weer een kinderbox en een kinderledikantje, want af en toe komt een kleinkind logeren. Houdt het dan niet op?

Deze opruimactie leerde mij bewust te zijn van wat je hebt. En dat als je iets nodig denkt te hebben, je afvraagt, heb ik het al, heb ik het echt nodig, kan ik zonder, of kan ik het misschien lenen. Het blijkt dat je minder nodig hebt, dan je denkt en dat je kan delen wat je hebt. Trouwens, als je deelt, is de impact op de aarde gedeelde impact.

Bert van der Woerd

Facebooktwitter

Zonde

Vandaag toont Facebook mij een foto van vier jaar geleden: de rijen perenbomen tegenover ons huis stonden toen begin april al in volle bloei. Dat is dit jaar wel anders, door de kou is er nog geen bloesempje te zien. Maar dat zal weldra veranderen en dan stap je hier in de Zak van Zuid-Beveland voor je lol op de fiets. Want de bloeiende appel- en perenboomgaarden zijn een lust voor het oog en de hordes fietsende toeristen die langs ons huis trekken genieten er duidelijk van.

Over fietsen gesproken, dat doe ik hier dus veel te weinig. Want alles is ver weg. Naar de bieb of de tandarts? 10 kilometer. De supermarkt? Idem. Station? Alleen met de auto te bereiken. Ook onze zoon wordt elke dag met de auto naar school gebracht (17 kilometer) door echtgenoot die in dezelfde plaats werkt. Als ik zelf de rit naar school maak, combineer ik dat altijd met duizend andere dingen: de bibliotheek dus, en de kaasboer, waar ik ook eieren en yoghurt koop, de appel- aardappel- en uienboer daar tegenover, en de bakker als laatste. Uiteindelijk kom ik thuis met een chagrijnig kind en een tas vol lokaal geteelde boodschappen. Want ook het brood bij de bakker is gebakken van Zeeuwse tarwe. Daar komt nog een wekelijks groentepakket bij van de biowinkel in Kruiningen, die ernaar streeft de groente zoveel mogelijk uit de buurt te halen.

Goed bezig, die Theanne, denken jullie nu natuurlijk. En wat heerlijk om op het platteland te wonen met al die lokaal geteelde producten. Nou…ik weet het niet. Ik bewaar, als zzp’er, elk jaar mijn benzinebonnen en dan kleeft er toch nogal wat brandstof aan mijn lokaal geteelde appels en de eieren van de boer. Leven op het platteland is leuk en lijkt groen, maar ik maak hier veel meer kilometers dan toen ik nog in de grote stad woonde.

En stel nou dat ik afvalvrij zou willen leven. Dat lijkt me nou oprecht leuk. Dan moet ik met de auto op zaterdagochtend naar de markt (dus niet te combineren met school) om daar mijn zakjes, potjes en tasjes omhoog te houden teneinde koek, rozijnen, noten en anderszins verpakkingsvrij te kunnen kopen. Dan heb ik dat ge-afvalbespaar toch weer helemaal teniet gedaan met mijn CO2-uitstoot? Zonde, die auto.

Over zonde gesproken: Ons huis wordt verwarmd met hout (lokaal gekapt) en niet of nauwelijks met gas uit Groningen. Echtgenoot is een fervent (en kundig) houtstoker. Deugt dat of deugt dat niet? We hebben dan wel zo’n speksteenkachel met bijna nul fijnstof-uitstoot (zeggen ze) maar tegenwoordig is houtstoken toch echt notdone.

Nog een biechtpuntje: we gaan binnenkort op vakantie naar Israël. Met het vliegtuig uiteraard… Dat is een lang gekoesterde wens van ons en eindelijk komt het ervan. Veel zin in. Maar vliegen mag al helemaaaaal niet meer als je van de groene bent. “Doen jullie dat? Dat mag toch niet?” hoor ik regelmatig.

“Ach wat!”, roept echtgenoot. “Ik heb op mijn land (een hectare, zie www.tijdenvanverademing.nl) al duizend bomen geplant. Dui-zend in tien jaar tijd! Daar kunnen we de wereld van rond vliegen. En de kilometers van jouw lokaal geteelde boodschapjes compenseer ik ook al jaren met Climate Stewards. Ze moeten niet zeuren!”

Waarvan akte.

Theanne Boer

Facebooktwitter