Een duurzame start

Als duurzaam typje met een baby wil ik mijn duurzame leven – die ik de afgelopen 12 jaar in kleine stapjes heb opgebouwd – graag voortzetten in het ouderschap. Daardoor komen mijn man en ik steeds voor keuzes te staan. Denk voor het eerste jaar bijvoorbeeld al aan positiekleding, luiers, billendoekjes, flesjes, kinderwagen, kleertjes, fruitpotjes, inrichting van de babykamer, spaarrekening, vervoer van hot naar her, et cetera. Bij bijna al deze dingen kán je kiezen voor een duurzame optie. De vraag is: Hoe groen willen we zijn? En ook wel… hoeveel geld hebben we ervoor over?

Ik beschrijf een aantal duurzame keuzes waar ik zelf plezier aan beleef.

Voor mij was direct duidelijk: een afvalberg van 500 kg luiers, dat kan ik niet over mijn groene hart verkrijgen. Daarom: wasbare luiers. Voorgevormde bamboe luiers met klittenband of drukknoopjes en een variatie aan hippe overbroekjes. Werkt fijn en nog nooit een spuitluier tot in z’n nek gehad. Wassen en drogen doe ik in de zomer energieneutraal, omdat we vorig jaar al investeerden in zonnepanelen en een zonneboiler. Poept hij de luier meteen weer vol als hij hem net om heeft? Geen probleem, gaat ‘ie gewoon in de was in plaats van dat ik weer 30 cent en 50 gram kunststof weggooi.

Voor de inrichting van de babykamer heb ik een grote pot ecologisch verf gekocht om alle meubeltjes in dezelfde kleur te schilderen. Nu passen alle tweedehands meubeltjes mooi bij elkaar. Veel babyspullen kopen we overigens via Marktplaats, aangezien dat nieuwe grondstoffen (en geld) bespaart.

Wat kleertjes betreft had ik veel geluk dat in mijn omgeving al een paar baby’s geboren waren. Hierdoor konden vrienden en familie ons een hele set schattige babykleertjes uitlenen en doneren.

Het geven van borstvoeding heeft in mijn geval ook nog een bijkomend voordeel voor het klimaat. Ons kindje verdraagt het namelijk niet als ik zuivelproducten eet. Zo eet ik nu bijna veganistisch: nooit gedacht dat ik dat ooit zou gaan doen!

Veel keuzes en soms ook veel moeite. Waarom doen we het eigenlijk? Niet omdat ik geloof dat ik hiermee de wereld kan redden. Wel omdat ik graag goed wil zorgen voor de aarde, het milieu en mijn medemens, omdat God de Eigenaar is en ik vind dat Hij alles prachtig gemaakt heeft. En stiekem ook wel omdat ‘groen doen’ gewoon heel goed voelt. Mijn groene hart springt op bij een bamboe luier en warm water uit de zonnecollector. Heb jij dat ook?

Matty van Leijenhorst

Facebooktwitter

Leven van wind, zon en zeewater

Als wind je voortstuwing is, windsnelheid en windkoers je tempo bepalen, dan is tijd ineens rekbaar.

Als de zon je voornaamste leverancier is van elektrisch energie in plaats van een meterkast waar een onbeperkte hoeveelheid energie uitkomt, dan wil je bij wijze van spreken elk uur wel weten hoe je voorraad elektriciteit er voor staat en weet je dat je zuinig moet omgaan met energie.

Als je drinkwater uit zeewater maakt, dan let je wel op hoeveel water je gebruikt en onderhoud je de machine die zeewater filtert erg goed.

Als je er op rekent dat je ruim twee weken geen vers eten kan kopen, dan plan je heel goed wat je inkoopt voor je dagelijks eten en drinken.

14 dagen met zijn vieren leven aan boord van een zeiljacht zonder contact met de wal voor energie, eten en drinken, dan heb je wat voor te bereiden. De zeiloversteek van Kaapverdië in West-Afrika naar Grenada in het Caribisch gebied mag dan 13, 14, 15 dagen of meer duren, het maakt niet uit. Bij zo’n tocht blijkt hoe afhankelijk je bent van je omgeving. Voor een korte tijd ben je zelfvoorzienend binnen bepaalde grenzen. Tijdens zo’n tocht voel je de enorme uitgestrektheid van de oceaan, dat wind en zon altijd bij je zijn. Je voelt de beperkte capaciteit van je voorraad voedsel, drinkwater en energie. Met deze beperkingen houd je rekening in wat je doet en kan. Ook al kan je het dagelijks maken, drinkwater uit zeewater, je kent de beperking in hoeveelheid.

Het is net een mini wereld, waarin je zuinig bent op wat je lichamelijk gezien nodig hebt, wat je qua veiligheid behoedt voor gevaren (reddingvesten, lifelines, zeilvoering). Qua relatie kon het al niet stuk, anders waren we er niet aan begonnen. Op waardering konden we rekenen, welke gek doet nu zoiets en als het gaat om zelfrealisatie dan kunnen we zeggen, we hebben het toch maar weer geflikt.

Deze reis heeft mij weer eens twee zaken duidelijk gemaakt. Beheerst omgaan met wat nodig is voor je basisbehoeften en zorgen voor veiligheid om met zekerheid je einddoel te bereiken. Als we dit nu ook eens in het groot konden doen met het schip dat aarde heet.

Bert van der Woerd

Facebooktwitter

Beetje bij beetje

Begin vorig jaar zijn er in korte tijd bijna 500 spullen uit ons huis verdwenen. We deden mee aan de minimalism challenge, net als Bert van der Woerd. Op dag 1 gooiden we één ding weg, op dag 2 twee dingen, enz. Houd dat een maand vol en je bent 496 spullen lichter. De grote vraag is: zijn er ondertussen weer net zoveel nieuwe spullen het huis in gekomen?

Leven met minder spullen betekent voor mij niet dat er alleen een bank en tafel in de woonkamer mag staan of dat ik alleen spullen mag hebben die ik echt nodig hebt. Het betekent wel dat ik kritischer naar spullen kijk. De meeste spullen die ik opgeruimd heb, kwamen van plekken waar ze niet in de weg stonden. Blijkbaar ben ik dan niet snel geneigd op te ruimen, want ‘het staat toch niet in de weg’. Ook zijn er spullen weggegaan die ik bewaarde ‘voor het geval dat’ (maar wanneer is dat nou echt?) of ‘altijd handig’ (maar eigenlijk nooit gebruiken). Het was verrassend hoe relatief makkelijk het was om 500 ‘overbodige’ spullen te vinden in huis.

Nog steeds gaan er meer spullen het huis uit dan in. Zo hebben we deze zomer met behulp van project 333 onze kledingkasten opgeruimd. Doordat we minder kleding hebben, moet het na het opdrogen direct terug naar de kledingkast. Zo ontstaat er zelden een grote vouw- of strijkhoop (jeej!), omdat we de kleding snel weer nodig hebben.

Deze zomer heb ik nog een doos met glazen potten uitgezocht. Ik verzamelde die, omdat ik soms dingen zelf inmaak (appelmoes, chutney) of er iets in wil bewaren (bonen, linzen). De hoeveelheid begon de doos uit te groeien en ik moest toegeven dat de verzameling groter was dan de hoeveelheid potten die ik op een jaar nodig heb. Een opruiming was hard nodig. En ik heb ervan geleerd, want er zijn sindsdien geen nieuwe glazen potten bij gekomen.

Er zijn dit jaar echt nog wel spullen ons huis in gekomen, maar het zijn er zeker geen 500. Iets waarvan er meer het huis in gaan dan uit komen zijn bordspellen. Dat is een favoriet tijdverdrijf van ons zelf en veel van onze vrienden. Maar zolang er geen dikke laag stof op een spel komt, zie ik die verzameling graag verder groeien!

 

Veraniek Veldstra
Facebooktwitter

Parkeerplaats

Een paar weken geleden deed ik de volgende oefening. Ik moest bij een foto gaan staan die één van de verschillende plekken in het zwembad liet zien. Bijvoorbeeld: in het diepe, het ondiepe, de parkeerplaats, op de glijbaan, het peuterbadje of de rand van het zwembad. De vraag die we ons stelden was ‘waar positioneer jij jezelf op het gebied van gerechtigheid en duurzaamheid?’ Vol overtuiging ging ik bij het diepe staan. Heldhaftig noemde een van mijn groepsgenoten mij.

Waarom in het diepe? Twee redenen. Allereerst een wat praktische reden. Door mijn werk als coördinator van Micha Nederland ben ik eigenlijk dagelijks met deze thematiek bezig. Hierdoor is het ook zo met mijn dagelijkse leven vervlochten dat ik mezelf wel in het diepe durfde te plaatsen. Ten tweede omdat het diepe soms zo diep is dat je de grond onder je voeten niet meer voelt en dat kan best eng en spannend zijn. Zo vindt ik het nog altijd eng en spannend om telkens weer bewust buiten mijn comfort zone te stappen en nieuw keuzes te maken om duurzamer te gaan leven.

Als tweede oefening moesten we bij het plaatje gaan staan wat van toepassing was voor mijn kerk en mijn rol daarin op gebied van gerechtigheid en duurzaamheid. Toen moest ik toch wel even slikken. Ik realiseerde mij dat ik ver van het diepe verwijderd was en uiteindelijk ben ik op de parkeerplaats gaan staan.

Waarom? Ik voel een zekere schroom, onzekerheid of misschien wel schaamte om deze onderwerpen (stevig) in onze gemeente onder de aandacht te brengen. Persoonlijk en in mijn werk heb ik hier totaal geen moeite mee, maar waarom dan wel in mijn eigen kerk? Ik merk dat ik snel geneigd ben om de mening van anderen in te vullen en denk dat ze het bij mij in de kerk toch niet belangrijk vinden en er toch niets mee zullen doen. Deze gedachte was en is voor mij erg confronterend. Vanuit mijn werk moedig ik juist anderen aan daar niets van aan te trekken en juist je mening hierover te laten horen. Maar nu loop ik hier zelf ook tegenaan.

Het was dus goed om even op die parkeerplaats gezet te worden door deze oefening. Ik kreeg weer even een spiegel voorgehouden. Ik besefte me dat ik zelf invloed heb of ik op die parkeerplaats blijf staan of dat ik met volle vaart (of wellicht in een slakkentempo) het zwembad binnen ga. Want juist in een tijd van verandering en een nieuwe start, onze gemeente is net samen gegaan met een andere gemeente, kan je vanaf begin af aan prioriteit stellen voor een thema als gerechtigheid en duurzaamheid. Maar dan moet er wel iemand zijn die de vinger opsteekt of de vlag uit hangt voor deze onderwerpen.

Annemarthe Westerbeek

Facebooktwitter

Duurzaam onderweg

Af en toe ga ik er even voor zitten. Een evaluatie van mijn pogingen om duurzaam te leven. Terugblikken is prettig. Er is echt heel veel veranderd in die vijftien jaar dat ik bezig ben met duurzaamheid! Maar vooruitblikken is nodig om mezelf op scherp te houden. Er zijn genoeg nieuwe stappen mogelijk. Wat wil ik prioriteit geven?

Ik laat je even meekijken. Allereerst de terugblik: toen ik ruim tien jaar geleden intensief over duurzaamheid, schepping en geloof ging nadenken, ging ik ook steeds vaker andere keuzes maken. Ik besloot de ‘duurzame aanjager’ van ons gezin te worden. Ik kreeg (vaak) volle support van de rest.

Voor het vlees reed ik naar de biologische boerderij. Later stopte ik daarmee, want we aten steeds minder vlees. Ook qua groenten en zuivel gingen we over op bio. Later werd dat een abonnement op een groentetas van een lokale bioboer. Thuis ging de verwarming een graadje lager, we investeerden in isolatie en er kwamen zonnepanelen op het dak. Een deel van de tegels ging uit de tuin om ruimte te maken voor groen. Er kwamen insectenvriendelijke planten en struiken en een nestkast aan de muur. De tuin werd wat ruiger: de klimop kreeg meer ruimte – bloemen in de late herfst (goed voor insecten) en bessen in de winter (voor de vogels). We maakten afspraken over vakanties: geen vliegreizen meer voor de ‘fun’. De nieuwe auto werd een van de zuinigste modellen die er bestaan – net groot genoeg om onszelf en drie opgroeiende tieners te vervoeren. Al ons afval werd strikt gescheiden zodra de mogelijkheden zich aandienden. Het krantenabonnement werd grotendeels digitaal en op de brievenbus kwam de bekende ‘nee-nee sticker’.

Dan de vooruitblik. Onlangs las ik het boek ‘De verborgen impact’ van Babette Porcelijn. Van haar leerde ik dat ‘spullen’ (apparaten, meubels, etc) een fors deel van je persoonlijke impact op de aarde beslaan. Logisch, maar ik had het nog niet scherp! Daarnaast is de consumptie van zuivel op mijn lijstje gekomen. Ik ben bezorgd over de zware impact van de intensieve veehouderij op weidevogels. Daarom vind ik zuivelconsumptie een belangrijk thema. De vanzelfsprekendheid van het toetje is de afgelopen maanden in huize Messelink verdwenen. Andere uitdagingen liggen nog op het vlak van duurzame kleding – gewoon nog niet aan toegekomen. De verpakkingsvrije supermarkt – ligt aan de andere kant van de stad… Duurzaam bankieren (deels voor elkaar). En wellicht op termijn: elektrisch rijden.

Samenvatting van iedere evaluatie? Best tevreden, maar nooit klaar. Verder dus!

Hoe ben jij bezig? Hoe kijk je terug? Wat zou je nog willen doen? Ik ben benieuwd naar jouw lijstje!

 

Embert Messelink is directeur van A Rocha.
Facebooktwitter

Mijn hechte band

Ik maak al jaren mijn eigen brood. Heerlijk! Voor het zware kneden maakte ik dankbaar gebruik van een tweedehands broodmachine van iemand die hem zelf niet meer gebruikte. Maar na een paar jaar ging hij helaas stuk. Ik vroeg de fabrikant of ze nog onderdelen verkochten, zodat ik hem kon repareren. Helaas, het model werd al 17 jaar niet meer verkocht en ze hadden geen reserveonderdelen meer. Ik mocht ‘uitkijken naar een nieuwe broodbakmachine’.

Een paar jaar geleden was ducttape nog het antwoord op alles wat stuk ging. Zo hingen lange tijd de stokoude stofzuiger, het lekkende strijkijzer en het instabiele wasrek met ducttape aan elkaar. Als ducttape ook niet meer hielp, was het tijd om een nieuw apparaat te kopen. Tenminste, dat was altijd mijn gedachte. Toch hoeft dat niet zo te zijn. Ik ben er achter gekomen dat ik vaak zelf (of met hulp van iemand anders) heel gemakkelijk een apparaat kan repareren door het kapotte onderdeel te vervangen.

Ik begon met mijn fiets. Eerder kwam ik niet verder dan een band plakken of batterij van een lamp vervangen. Eigenlijk vond ik het raar dat ik niet mijn eigen fiets kon onderhouden. Dus ik ben het gaan leren. Met het Internet op mijn telefoon in de ene hand en gereedschap in de andere krijg ik tot nu toe alles vervangen. De ene keer met veel meer gemak dan de andere. Praktisch alle onderdelen van een fiets zijn los te koop.

Zo ontdekte ik de onderdelenwinkels. Ik keek mijn ogen uit naar de vele onderdelen van allerlei apparaten die ze daar verkopen. Als er nu iets stuk is, ga ik eerst naar een onderdelenwinkel om te kijken of ik een apparaat zelf kan repareren. Soms weet ik wat ik nodig heb; bijvoorbeeld toen ik na het controleren van de bandenspanning per ongeluk de ventieldopjes van de deelauto vergeet terug te plaatsen, had ik gewoon 4 nieuwe ventieldopjes nodig.

Soms weet ik niet precies wat ik nodig heb. Dan neem ik het apparaat mee naar de winkel en kijken ze daar naar wat ik nodig heb. Of ik zoek een handleiding op iFixit en kijk of ik er zo achter kan komen. Hierdoor heb ik al eens onderdelen van mijn laptop kunnen vervangen.

Als ik weet wat ik nodig heb, maar geen tijd heb om naar een winkel te gaan, bestel ik het online. Dat kan soms via de fabrikant (is meestal even zoeken op de website) of bij een andere webshop (bijvoorbeeld Onderdelenhuis of Europart).

Ik heb steeds minder vaak ducttape nodig om de levensduur van een apparaat te verlengen. En ik koop minder snel een nieuw apparaat. Dat is wel zo duurzaam. En die nieuwe broodmachine? Die is er gekomen. Daardoor kan ik nog steeds genieten van een heerlijk brood uit eigen oven.

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

Respect

In de laatste augustusweek bivakkeerde ik samen met Rineke aan de oever van de Rijn in Oosterbeek. De stuwwal van de Veluwe, zo’n beetje 150.000 jaar geleden ontstaan, dwong de Rijn naar het westen af te buigen. De IJssel kon er als kleinere stroom oostwaarts nog omheen. Het is een gevarieerde en boeiende omgeving. De dijk van de Betuwe volgt de gang van de rivier. Op kleinere schaal herken je dat wegen en paden de uitgesleten beekdalen of de hoogtelijnen volgen. Menselijke ontwikkelingen, beschaving, volgen haast als vanzelf de vormen van het landschap, waarbij het een en ander wel gefixeerd wordt. Kribben houden de stroom van de rivier de Rijn in toom. Het gegeven dat de bewoners de mogelijkheden die het landschap biedt volgen, maakt het gebied waardevol. Het levert afwisseling op, diversiteit. En gelukkig zie je dat nog steeds aan de rand van de Veluwe.

Respect voor het landschap

Posted by Climate Stewards NL on Tuesday, 11 September 2018

Hoewel, grote infrastructurele werken zijn ook hier aanwezig. De spoorlijn Ede – Arnhem – Nijmegen, de A50 en de stuw bij Driel. De A50 moest eind ‘jaren 60 door de stuwwal bij Wolfheze heen gegraven worden. Lokale wegen werden omgelegd, natuurgebieden werden gesplitst. Toch valt me iets op. Vanaf de Betuwe kijkend naar het noorden zie je geen bebouwing uitkomen boven de toppen van de bomen, eeuwenoude bossen. Dat noem ik respect voor geografie, respect voor historie, respect voor het landschap, respect voor natuur. In gesprekken vanuit mijn rol als coördinator Climate Stewards Nederland hoor ik wel eens de tegenwerping dat het aanplanten van bomen niet zo duurzaam zou zijn. Met de groei verwerkt een boom het CO₂ tot hout en zuurstof. Aan het einde van de levenscyclus verwordt een boom weer tot CO₂ en gebruikt zuurstof, hetzij door verrotting, hetzij door verbranding. Dat is waar, echter boomaanplant is wel een duurzame actie:

1. het rottingsproces gaat nagenoeg net zo langzaam als het groeiproces;

2. de verwerking van CO₂ door een boom is vaak voor eeuwen; het buffert het huidige teveel aan CO₂-uitstoot;

3. bomen hebben grote positieve klimaateffecten als het gaat om koeling en biodiversiteit;

4. het aantal bomen op de aarde neemt door ontbossing nog steeds af;

5. en hout is geen brandstof, wel grondstof.

Daarom blijft Climate Stewards aanplanten van bomen stimuleren en sponsoren. Daarnaast sponsort Climate Stewards projecten in Kenia met biosandfilters (drinkwater wordt gefilterd i.p.v. gekookt) en efficiënte houtovens in Uganda (minder hout nodig om te koken). Alle drie de projecten dragen bij aan het tegengaan van opwarming van de aarde, vooral in die gebieden waar mensen er het meest onder te lijden hebben. Respecteer de aarde en compenseer je CO₂-uitstoot!

Bert van der Woerd

 Facebooktwitter

33 kledingstukken

3 maanden lang jezelf kleden met maximaal 33 kledingstukken, inclusief schoenen, jassen, tassen en accessoires. Zou ik dat kunnen? En zou het wel mogelijk zijn in Nederland met het (normaal gesproken) veranderlijke weer? Op zich kan mijn kledingkast wel een opruimbeurt gebruiken. Daarom ging ik begin juni de uitdaging aan.

Courtney Carvar bedacht Project 333 in 2008. Ze daagde zichzelf uit 3 maanden lang maar 33 kledingstukken te dragen. Uitgezonderd zijn trouwring, ondergoed, sokken, pyjama’s en sportkleding. Het is haar goed bevallen, want na tien jaar kiest ze nog steeds 33 kledingstukken per seizoen uit.

Een Nederlander heeft gemiddeld 173 kledingstukken in de kledingkast hangen en koopt er elk jaar 46 nieuwe bij. Een deel van de nieuwe kleding wordt nooit gedragen. De huidige ‘fast fashion’ heeft een enorme impact op mens én milieu.

Oké, maar hoe begin je met het rigoureus opruimen van je kledingkast? Ik heb het stappenplan van Courtney gevolgd.
1. Haal al je kleding uit de kast en sorteer het in 4 stapels: bewaren, twijfel, doneren, afval (vb met verfvlekken).
2. Gooi de kledingstukken waar vet- of verfvlekken op zitten bij restafval (niet in de kledingbak!)
3. Doneer kleding aan de kringloopwinkel, of stop (ook kapotte) kleding in een kledingbak.
4. Vraag je bij de twijfel-kleding af of je het nu nog een keer zou kopen als je het in de winkel zag en of je het de komende 3-6 maanden zou gaan dragen. Nee? Dan kun je het doneren. Ja? Leg het bij je bewaar-kleding.
5. Kies nu 33 kledingstukken uit die je de komende 3 maanden gaat dragen. Vergeet niet schoenen, jassen, tassen en accessoires mee te tellen!

Ik ben nu al in de laatste maand van de uitdaging en het valt me alles mee. Het is heerlijk om een opgeruimde (bijna lege) kledingkast te hebben. De beperkte keuze aan kleding maakt het uitkiezen ’s ochtends een stuk makkelijker. Het is allemaal leuke kleding! Ik heb één keer iets omgeruild, vanwege het aanhoudende warme weer, maar verder lukt het me goed om het bij de 33 items te houden.

Denk je dat jij het zou kunnen? Durf jij de uitdaging aan te gaan? Het volgende seizoen komt er aan en ik ga door. Doe met me mee!

Veraniek Veldstra

Facebooktwitter

Vakantie: tijd voor verandering

Mensen zijn gewoontedieren. En dat is maar goed ook, want als je over alle kleine keuzes die je de hele dag maakt bewust moet nadenken, wordt het leven erg vermoeiend. Dat merk je bijvoorbeeld bij een (internationale) verhuizing. Dan kom je in een hele andere context terecht, waar niets meer vanzelfsprekend is. Alle keuzes die je eerder ‘vanzelf’ maakte, moeten dan weer opnieuw bekeken en overwogen worden. Van waar je naar de kerk gaat tot waar je je brood haalt. Tot je al die nieuwe gewoontes weer hebt opgebouwd, is dat een proces dat veel energie en tijd kost.

Maar het doorbreken van gewoontes of ergens een nieuwe start maken heeft ook voordelen. Het geeft je de kans om keuzes te maken die beter passen bij hoe je je leven wil inrichten – een leven met minder impact op het klimaat en de natuur bijvoorbeeld.

Die kans kregen wij toen we een half jaar geleden terugkwamen naar Nederland, na 12 jaar buitenland. We hebben ervoor gekozen om dicht bij werk en school te wonen, zodat we voor het dagelijks vervoer geen auto nodig hebben – we doen alles op de fiets, met het openbaar vervoer of maken gebruik van deelauto’s. Ook eten we zoveel mogelijk vegetarisch of plantaardig, en halen we elke week trouw een pakket lokale biologische groenten op bij Lekkernassûh. Verre vliegreizen zitten er voorlopig ook niet in; dat hebben we de afgelopen 12 jaar wel genoeg gedaan. Natuurlijk zijn er nog heel veel dingen die beter zouden kunnen. Minder plastic afval zou mooi zijn, en die zonnepanelen op het dak – die moeten er nog komen.

Natuurlijk hoef je niet te verhuizen of andere ingrijpende dingen te doen voordat je dingen kunt veranderen. Een vakantie is daar ook heel geschikt voor.

Pak er op de camping eens pen en papier bij en schrijf op welke stappen je zou willen nemen richting een meer ‘klimaatbewust’ leven. Verander daarbij niet alles tegelijk, maar stel jezelf of je gezin één of twee haalbare doelen, zoals: minder of helemaal geen vlees meer, meer duurzame of tweedehands kleding, vaker biologisch eten, minder plastic verpakkingen, vaker de auto laten staan, niet meer vliegen. Of compenseer je vakantiekilometers via Climate Stewards. Maar ook: vaker naar buiten, de natuur in. Want genieten van Gods prachtige schepping maakt je bewust van wat er op het spel staat, en hoe waardevol het is om je in zetten voor de bescherming ervan.

Martine van Wolfswinkel

Martine is coördinator van het programma ‘Hart voor de schepping’ van A Rocha, studeert theologie en probeert met haar gezin een duurzaam leven op te bouwen in Den Haag.
Facebooktwitter

Klimaatneutraal is goed te doen

De mensheid krijgt in Genesis 1: 28 de opdracht voor de hele aarde te zorgen: Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op aarde rondkruipen.’. Dat het om de hele aarde gaat wordt duidelijk gemaakt doordat de uitersten van de aarde, de vogels in de lucht en de vissen in de zee expliciet worden benoemd. Dit is dus een gigantische opdracht en verantwoordelijkheid.

Het wordt nu voor het eerst duidelijk dat die verantwoordelijkheid ook door de hele mensheid gevoeld wordt. Dat bewijst het klimaatakkoord van Parijs dat door 194 regeringen en door de Europese Unie is ondertekend. Maar regeringen werken traag. Het zal een proces van jaren worden voordat er wetten en maatregelen komen die de klimaatveranderingen zullen tegengaan. Nu al is de vrees groot dat dat te lang zal duren.

Individuen daarentegen kunnen ogenblikkelijk besluiten om hun gedrag te veranderen. Veel mensen doen dat ook. Ze isoleren hun huis, laten zonnecellen installeren, rijden in zuinige auto´s en eten minder vlees. De uitstoot van broeikasgassen gaat daarmee naar beneden, maar zal nog steeds groot zijn. De eenvoudigste stap om de overgebleven uitstoot klimaatneutraal te maken is door Climate Stewards te sponsoren. Met dat geld laat Climate Stewards onder andere bomen planten in ontwikkelingslanden, waardoor het uitgestoten broeikasgas naar de atmosfeer weer wordt vastgelegd. De website van Climate Stewards rekent voor je uit hoeveel geld je moet sponsoren om je overgebleven uitstoot van broeikasgassen te compenseren. Je zal verbaasd zijn over het lage bedrag dat nodig is voor je compensatie. De wetenschap dat het geld wordt ingezet door een betrouwbare organisatie, die ook zorgt voor de economische ontwikkeling van lokale gemeenschappen maakt dat je met plezier het geld geeft.

Terug naar de gigantische opdracht. Die opdracht delen we met zijn allen. Terwijl de regeringen er op hoog niveau mee aan de slag gaan, moeten wij ook in actie komen. Verminder wat je kunt en compenseer de rest. Klimaatneutraal is goed te doen.

 

Jan Harmsen

Jan Harmsen is onafhankelijk adviseur duurzame innovatie, docent duurzaam ontwerpen aan de Technische Universiteit van Delft en member of the board of trustees of Climate Stewards International.
Facebooktwitter