Ghana

In Ghana worden bossen bedreigd door houtkap, mijnbouw, slash and burn landbouw en de handel in bushmeat. De groei van de Ghanese bevolking is een extra druk. Tussen 1990 en 2010, daalde de bodembedekking door bos in Ghana van 7.450.000 ha (34% van de bodembedekking) naar 4.940.000 ha (22%). Ontbossing gaat nog steeds door op een tempo van meer dan 2% per jaar.

Climate Stewards werkt samen met A Rocha Ghana, die kleinschalige boomaamplantprojecten in Midden- en Noord-Ghana implementeren en beheren. De aanplanting en het beheer van deze nieuwe mini-bossen brengen driedubbele voordelen:

  • Vastlegging van koolstofdioxide
  • Het verbeteren van het levensonderhoud
  • Het herstel van de biodiversiteit

Onze terreinen zijn op scholen rond Kumasi in Centraal Ghana, en in de overwegend islamitische gemeenschappen rond Larabanga en Damongo in het drogere noorden van het land.

Alle bomen zijn inheemse soorten die passen bij het lokale klimaat, zoals mahonie, kapok, dawadawa en ebben. In aanvulling op deze inheemse soorten, wordt op 10% van elk terrein commercieel een gewas verbouwd, zoals cashewnoten, mango, citrus of oliepalmen die na een paar jaar een duurzame bron van inkomsten bieden aan de lokale bevolking.

Climate Stewards heeft sinds 2007 meer dan 33.000 bomen gepland op 15 locaties die 91 hectare land beslaan. Deze bomen zullen 14.845 ton CO2 absorberen over een gemiddelde levensduur van 50 jaar.

Werken met scholen

Rond Kumasi in Centraal Ghana, is een boomaanplantproject uitgevoerd met 15 verschillende scholen en een universiteit. Leraren zijn verantwoordelijk voor het beheer van de locaties, en gebruiken de bossen voor het onderwijs. Zodra de locaties zijn gevestigd worden scholen uitgenodigd om zich op te geven voor inkomensgenererende initiatieven, zoals bijenkorven, visvijvers en gekweekt bush meat.

In oktober 2013, bezocht journalist Helena Drysdale Ghana om de locaties zelf te zien. Hier is wat ze schreef:

“De bomen van Climate Stewards groeien met verbijsterende snelheid. Op Adu Gyamfi Secondary School, zijn de ofram die in 2008 zijn geplant 10 meter hoog en vormen een mooi regenwoud. Maar ze worden overschaduwd door de 20 meter hoge ofram bomen bij de Asamama school voor beroepsonderwijs, en een kapok die in vijf jaar tijd een hoogte heeft bereikt van 25 meter. Enkele jaren geleden werd het dorp Asamama verlaten, en sommigen zeggen de bomen bloeien doordat het land heeft mogen rusten. Anderen schrijven de vruchtbaarheid van de bodem toe aan de verlaten graven zichtbaar in het kreupelhout.”

Het succes van de locaties bij de scholen rondom Kumasi is mede te danken aan de inzet en inspiratie van de lokale coördinatoren. De heer Sackey, plaatsvervangend hoofd van de Nsutaman Catholic Senior High School, heeft de studenten aangemoedigd hun handen vuil te maken. De kapok plantage van 2008 vormt nu een schaduwrijke luifel vol vlinders en vogels. Ofram zaailingen geplant in juli 2013 worden beschermd tegen de zon door maïs en cassave, die een commercieel gewas zijn voor slecht betaalde schoolterrein medewerkers. Een ofram plantage van 2012 is mislukt, grotendeels omdat de regen te laat kwam, zal worden herplant worden. De late regen is een weerpatroon dat de heer Sackey de afgelopen drie jaar heeft waargenomen. Dit verhoogt alleen zijn passie. ‘De wereld is Gods schepping,’ zegt hij, ‘en we moeten samenwerken om het te beschermen, en te voorkomen dat het klimaat verder verandert.’ Hoewel hij in 2015 met pensioen gaat, heeft de heer Sackey niet de intentie het project, dat hij omschrijft als zijn ‘vierde dochter’ te verlaten.

Paul Kingsley, landbouw leraar aan Nyinahin Catholic Secondary School, is net zo inspirerend voor zijn 200 A Rocha/Climate Stewards clubleden, die agro-bosbouw studeren en ook de geneeskrachtige eigenschappen van de bomen. De 12 hectare, voor het eerst geplant in 2007, zijn al een thuis van bever-achtige ‘grass-cutters’ en antilopen. Oliepalmen werden geplant om voedzame palmolie te leveren voor de schoolkeukens, en studenten en docenten werden opgeleid in de bijenteelt met bijenkorven in het schaduwrijke nieuwe bos.

>Op Asamama, is ex-directeur Bernard Ampomsah van baan veranderd, maar is niettemin bereid om elke maand 10 uur met het openbaar vervoer te reizen om de 13 hectare met mahonie, kapok, kusia en ofram te overzien.

51 A Rocha clubleden van de Namong Senior High School hebben degens gekregen en zijn bereid om niet alleen te planten, maar ook onkruid te wieden op hun succesvolle plantage van ofram en mahonie, wat geen gemakkelijke taak is.

Anthony Boakye Ansah, 19 jaar, maait het gras met een dodelijke machete. Hij creëert een pad tussen de bomen op de Nyinahin katholieke middelbare school, gelegen buiten Kumasi in Centraal Ghana. Hij en vijftien andere leerlingen – allemaal zwaaiende met degens – zijn gekomen om de natuur te bestuderen niet uit boeken, maar op de grond. De twaalf hectare van inheemse kapok, ofram en twee soorten mahonie werden geplant door de school in 2007 met financiering van Climate Stewards.

Anthony is voorzitter van de 70 -koppige A Rocha club van zijn school, opgericht om studenten kennis bij te brengen over het milieu, en om hen te motiveren om actief mee te doen met de plantage. Volgens Seth Appiah-Kubi, A Rocha Ghana’s directeur, is het gemakkelijk om de financiering voor het aanplanten te krijgen, maar na twee jaar worden de zaailingen meestal verstikt door onkruid of per ongeluk verbrand in bosbranden, of gekapt voor brandhout, en alles is verloren. Climate Stewards richt zich echter op onderhoud.

Anthony, die zijn presidentiële rol serieus neemt, stimuleert clubleden om zaailingen te planten en degens te gebruiken om onkruid te wieden rondom de zaailingen. ‘Zaailingen hebben lucht en licht nodig’, zegt hij fel. ‘Onkruid zal hen verstikken’. Geïnstrueerd door de landbouwleraar en de locatie coördinator Paul Kingsley, planten studenten tussengewas in gaten, en blijven ze onkruid wieden tot zich een luifel heeft gevormd en het bos voor zichzelf kan zorgen.

Het is hard werken, maar clubleden hebben de waarde van bomen geleerd, niet alleen als een houten gewas. Ze hebben gewerkt met inheemse bomen die ze nooit eerder hebben gezien, en hebben genoten van het zien hoe ze groeien. Hoewel ze slechts 4-5 jaar oud zijn, zijn sommigen al 20 meter hoog.

Werken met gemeenschappen

Sinds 2007 werkt Climate Stewards samen met lokale boeren om 36 hectare bomen te planten op vijf locaties rond Damongo en Larabanga, in de buurt van Mole National Park in het noorden van Ghana. Deze worden verzorgd door leden van de gemeenschap die het Taungya systeem van agrobosbouw gebruiken met gewassen als aardnoten, soja en meloenen (agushie) tussen jonge bomen. In 2014 wordt de eerste van deze locaties in de volledig zorg de gemeenschap overgedragen, met bomen die zich uitstrekken tot 7 meter hoog, de kruin van de bomen volledig is gevormd en geen verder onkruid wieden nodig is.

Zakariah Joe Abukari, ook bekend als de heer Joe, is de locatie coördinator voor de Climate Stewards locaties rondom Damongo in het noorden van Ghana. Elke locatie van Climate Stewards heeft een lokale locatie coördinator, een lid van de lokale gemeenschap of schoolpersoneel die alle activiteiten op de locaties coördineert en ervoor zorgt dat de bomen goed worden verzorgd. In ruil voor een kleine vergoeding, draagt hij of zij zorg voor het aanplanten en wieden, creëert belangrijke brandgangen en adviseert lokale boeren over kwesties met betrekking tot de bomen en hun gewassen tussen de jonge bomen. Het in leven houden van bomen in deze omgeving is niet eenvoudig – olifanten en vee kunnen de bomen vertrappen en onderliggende gewassen eten en ook bestaat het gevaar van brand. ‘Ik ben hier al sinds dag één geweest.’ verklaart de heer Joe. ‘Ik hou van de bomen en ik zie het voordeel voor onze natie. Ik weet dat het zal een lange tijd duren – maar er is geen eten voor de luie mens ‘.

Afsha Alhadji Dramani, een boerin bij een boomaanplantproject van Climate Stewards op Larabanga in het noorden van Ghana, staat trots onder haar favoriete boom. Het is een inheemse mahonie, die groeit op een perceel van één hectare tussen kapoks en dawadawa die Afsha zelf heeft geplant in 2008.

‘Ik hou van deze boom, want hij is inmiddels zo sterk en lang, en omdat hij geneeskrachtige kwaliteiten heeft,’ legt ze uit. ‘Ik kauw de schors voor mijn maag.’

Afsha, een moslima, heeft zeven kinderen en is een van de twee vrouwen van haar man; hij heeft 11 kinderen in totaal. Ze werd aangemoedigd om mee te doen met de Climate Stewards project doordat er gratis soja zaden werden uitgedeeld om te planten rondom de boom zaailingen. De sojabonen die haar familie niet eet, kan ze verkopen, wat heeft geholpen om het onderwijs van haar kinderen te financieren. Hoewel het basisonderwijs gratis is, moet ze nog steeds betalen voor uniformen en boeken, en zelfs voor de bureaus en stoelen van haar kinderen, terwijl het middelbare onderwijs, of in het geval van Afsha de kostschool omdat er geen middelbare school in Larabanga is, duur is.

Nu geven de bomen te veel schaduw om gewassen te verbouwen onder de bomen, waardoor ze geen inkomsten meer heeft, behalve het inkomen dat ze verdient voor het wieden rondom de bomen. Toch houdt ze van de koele schaduw op haar land en is ze trots op wat ze heeft bereikt. ‘Als we meer steun zouden krijgen, zou ik meer bomen planten,’ zegt ze. ‘We hebben vogels en vlinders. Voorheen was de plek was kaal; nu hebben we het bos.’

  1. Gemeenschappen beslissen waar te planten
  2. Lokale mensen worden betaald om de locaties voor het aanplanten vrij te maken
  3. Iedereen wordt betrokken bij het aanplanten
  4. 90% van de bomen zijn inheemse soorten
  5. Wij monitoren boomgroei
  6. Regelmatig wieden en brandgangen zijn cruciaal
  7. Bomen herstellen de biodiversiteit
  8. Bomen zorgen voor een leeromgeving voor scholen
  9. Wij bieden initiatieven voor scholen en gemeenschappen – zaden, bijenkorven en betaling voor arbeid
  10. Locaties worden regelmatig bezocht
  11. Site coördinatoren bieden advies en ondersteuning
  12. 10% van de bomen zorgen voor inkomsten – mango, cashew, oliepalm, citrus