De christelijke ecomama

Ik ben een ecomama. Zo eentje die zweert bij wasbare luiers, wasbare billendoekjes en zelfgemaakte billencrème; die de eerste hapjes, als het kan, uit eigen moestuin geeft en zo goed als alle babyspullen van anderen heeft overgenomen. Niet omdat ik vind dat chemicaliën altijd troep zijn, of dat mijn kinderen zo dicht mogelijk bij de natuur moeten opgroeien. Nee, ik wil ze vooral laten zien wat het is om te leven vanuit de hoop op een nieuwe wereld.

Voor je kindje is alleen het beste goed genoeg. En gelukkig is het beste ruim te verkrijgen bij grote en minder grote babyzaken. Alles nieuw, van alle gemakken voorzien en van topkwaliteit merken. Natuurlijk is het belangrijk om goed voor je kinderen te zorgen en ze de kwaliteit te geven die ze nodig hebben. Maar is kwaliteit niet meer dan gemak en merk?

En wat gebeurt er met al die spullen die je maar een korte tijd gebruikt? Gelukkig wordt een groot gedeelte tweedehands verkocht voor een volgende ronde. Een kleine zoektocht op Marktplaats levert ruim 9.000 hits op als het gaat om tweedehands kinderwagens. Maar helaas stroomt niet alleen Marktplaats vol, ook vuilnisbakken puilen uit van luiers en wegwerpdoekjes voor billen en gezichtjes.

Geen wonder dat er een tegen-hype is ontstaan op het gebied van kinder- en babyverzorging in het duurzame en eco- segment. Het is een nichemarkt die langzaam ook in de grote babyzaken een plekje verovert. Het gevaar is alleen dat het een nieuw idealisme gaat worden waarin een grote nadruk wordt gelegd op de individuele baby en de ouders. Het is een belangrijke verkoopstrategie om de angst voor de meerprijs bij de consument weg te nemen. Zo wordt weer alleen het beste goed genoeg, namelijk zonder toegevoegde chemicaliën, bestrijdingsmiddelen en plastics voor je lieve kleine wondertje. Maar is er ook een groter plaatje?

Zelf willen mijn man en ik duurzaam leven. Niet vanuit idealisme, maar wel als een belangrijk aspect binnen de zorg voor onze twee kinderen. Zo is het gebruik van wegwerpluiers voor ons nooit een overweging geweest. Het was enkel een logische keuze om wasbare luiers te gebruiken. Ondanks de vele extra wasbeurten wordt er enorme milieuwinst mee behaald. Bijna al onze 45 luiers zijn tweedehands en worden nu voor de vierde of vijfde keer gebruikt. Dat staat op dit moment tegenover de productie, verpakking, vervoer en afvalverwerking van ruim 20.000 wegwerpluiers.

Daarnaast hebben wij  een moestuin en vinden we het makkelijk en leuk om de kinderen op een zelfvoorzienende manier te voeden. Maar op vakantie koop ik gewoon een paar potjes (biologische) babyvoeding. Net zo gezond en ik hoef niet alle maaltijden van te voren te plannen. Ook vind ik het leuk om zelf billenzalf te maken (zonder etherische oliën) op basis van bijenwas en het is een goed alternatief voor de meeste billencrèmes die niet uitwasbaar zijn.

Onze jongste had ik graag langer borstvoeding willen geven, maar mijn eigen melkproductie liep met zeven maanden snel terug. Ik had niet de energie om vaker aan te leggen of regelmatig te gaan kolven en daarom zijn we overgegaan op flesvoeding. Biologische flesmelk is helaas niet zo duurzaam (zeker niet als het gaat om de verpakking), maar het is goed zo.

Zelf zou ik graag enkel het allerbeste aan mijn kinderen geven. Maar ik weet dat, hoe goed ik ook mijn best doe, ik nooit een perfecte moeder zal zijn. God is het die mij genade en verantwoordelijkheid geeft om, in afhankelijkheid van Hem, Zijn liefde te laten zien. Hij gebruikt mij als instrument in de zorg voor mijn kinderen, maar ook in de zorg voor de schepping als geheel. En met veel keuzes komen deze twee mooi samen. Duurzaam leven is goed, maar de schepping redden hoeven wij zelf gelukkig niet meer te doen.

Jaël de Kool – van der Woude

 

 Facebooktwitter